1-10-2019 Artikel Trouw

Marjan Gorissen zat onschuldig vast: ‘Daders krijgen nazorg, waarom onschuldige gevangenen niet?’

Marjan Gorissen. Beeld Roos Pierson

Marjan Gorissen zat 103 dagen in de gevangenis als verdachte van de moord op een peuter. Die tijd in de cel, inmiddels 23 jaar geleden, trok diepe sporen in haar leven.

In april 1996 verdwijnt in Breda de driejarige Robin, nadat ze bij overbuurvrouw Trudy J. pannekoeken had gegeten. Twee weken later worden een schoentje en voetje van de peuter teruggevonden op een vuilnisbelt. Dankzij valse verklaringen van Trudy (die uiteindelijk zelf bekent de dader te zijn) zit haar hoogzwangere vriendin Marjan Gorissen 103 dagen vast als verdachte. Over de donkere jaren die daarop volgden heeft Marjan nu een boek geschreven.

Het mag een positief verhaal worden, zegt ze stellig. Want Marjan Gorissen (44) verschuilt zich niet meer voor wie ze is. Ruim twintig jaar lang viel het niet mee om Marjan te zijn. Allereerst liep de relatie met haar man stuk. Kreeg ze daarop een nieuwe vriend, trok ze met haar hele dossier naar zijn ouders om het laatste restje twijfel weg te nemen. Ze raakte haar baan kwijt. Vrienden en bekenden? Ze namen afstand, contacten verwaterden.

“Behalve voor mijn familie was ik altijd en overal die ex-gevangene. Er kleefde een smetje aan me. Mensen vonden het wel erg, maar spraken niet uit dat ik echt onschuldig was.”

Oordelen

Ze werd aangehouden toen ze thuiskwam van de friettent. Een middag behangen in de babykamer, samen met een bevriend stel, had hongerig gemaakt. In plaats van een vette hap kreeg ze handboeien om. Deze week ontving ze een berichtje van de vrouw van dat stel.

“Heel apart. Het doet me aan de ene kant goed, maar het is dubbel. Ik heb haar negentien jaar niet gesproken. Dat komt ook doordat ik zelf na mijn vrijlating veranderde, ik ging me isoleren. Weet je, we oordelen allemaal. Het is menselijk, maar het voelde voor mij zo oneerlijk. Misschien had ik het ook wel gedaan als het een ander was overkomen. Al kan ik daar nu niet objectief meer tegenaan kijken.”

Marjan beviel in de Maastrichtse gevangenis van haar zoon Jesse. Haar toenmalige echtgenoot zat elders in het complex, want Trudy noemde ook hem als medeverantwoordelijke voor de vreselijke daad. Eigenlijk knapte daar de relatie al. “Trudy, die samenwoonde met een oom van mij, verzon zo veel scenario’s. Op een gegeven moment ging mijn man ook aan mij twijfelen. Dat is een beetje raar, toch? Na onze vrijlating leefden we langs elkaar heen, totdat we echt niets meer hadden.”

Ze verwijt politie en justitie na al die jaren weinig. “Het duurde allemaal lang, veel te lang. Maar ik snap wel dat ze alles tot op de bodem wilden uitzoeken. Er is bloed gevonden in mijn auto, dat later uiteraard niet van Robin bleek. En tijdens een telefoontap heb ik iets gezegd dat je gek kon opvatten. In de loop van die 103 dagen werden mijn verhoorders zachter tegen mij. Met een van hen, Sjaak, heb ik nog een paar jaar contact gehouden. Door dit boek is dat nu weer aangehaald.”

Nazorg

Alleen met het totale gebrek aan nazorg heeft ze problemen. “Ik vind dat justitie heeft gefaald nadat ik was vrijgekomen. Voor ex-verdachten bestaat geen vangnet. Niemand bereidde mij voor op de ongenuanceerde reacties die ik kon verwachten, hoe het verder moest in ons gezin en wat ik het best met het smartegeld kon doen. Wie in de gevangenis heeft gezeten voor een misdaad, krijgt een resocialisatietraject als zijn straf erop zit. Ik kreeg een handdruk en mocht vertrekken. Ik heb de 70.000 gulden schadevergoeding dan ook niet erg nuttig besteed. Ik kreeg last van herbelevingen. Het meeste ging op aan drugs, zodat ik tijdelijk kon vergeten. De xtc duwde me nog verder de afgrond in. Pas nadat ik op de snelweg tegen een brug wilde rijden, ben ik gestopt.”

Met haar huidige partner kreeg Marjan vier jaar geleden een dochter, Jordan. “Ik heb heel lang niet opnieuw mama durven worden, bang om de emoties bij een bevalling niet aan te kunnen. Sinds Jordan er is, ben ik opener en durf ik voor mijn verhaal uit te komen. Nu pas. Natuurlijk heb ik eerst de familie van Robin ingelicht, dat vond ik heel spannend. De recherche vroeg me na mijn vrijlating geen contact te zoeken. Ik heb dat 23 jaar lang gerespecteerd, nu kon het niet anders. Ik kreeg een hele lieve brief terug, de moeder wenste me veel geluk. Ze staat ook achter het boek. Dat geeft aan hoe groot haar hart is.”

Met Trudy, die zeven jaar kreeg voor de moord, is er nooit meer contact geweest. Het lijkje is nooit gevonden, Trudy deed het in de kliko. Van Peter R. de Vries begreep Marjan dat de vrouw inmiddels is overleden. Ze kan het niet erg vinden. “Mensen zeggen weleens dat vergeven goed is voor je, maar daarvoor heeft zij te veel mensen leed bezorgd. Hoe kun je iemand die zo dicht bij je staat zo veel verdriet aandoen? Om maar te zwijgen over wat ze met Robin heeft gedaan. Helaas is ze nog jarenlang belangrijk geweest in mijn leven. Gelukkig ben ik nu zo ver dat ik kan zeggen dat Trudy er voor mij niet meer toe doet. Dat voelt heerlijk.“

De verdwijning van Robin
En de dwaling die daarop volgde
€18,99